Skip to content

Categories:

Wijzelf. En God.

Angst en woede zijn de emoties van het verzet.

Daarom zijn het ook van die complexe emoties, anders dan verdriet en blijdschap. Dat zijn emoties van acceptatie, van aanvaarding. Wie in gevecht gaat, put daarom uit angst of woede. Ze verlenen kracht. Ze zetten de spieren op spanning. Ze geven een focus op zelfbehoud.

Angst is van beide de meest eenzame. Wie bang is duwt de ander weg, maar is ook in gevecht met zichzelf. Angst is een intern gevecht, met dikwijls alleen een verliezer.

Over Jakob, de oervader van de Joden, wordt verteld dat hij op een dag doodsbang werd. Hij had er reden voor. Ooit was hij weggevlucht voor zijn broer, Esau, die gezworen had hem te zullen doden. Na een aantal jaren keert hij terug en hoort hij hoe zijn broer met een klein leger op hem af komt. De vluchtweg is afgesloten. Nog maar een paar uur en Esau zal er zijn. Het eind lijkt nabij voor Jakob en zijn jonge gezin.

In zijn angst dwaalt Jakob eenzaam langs een rivier. En dan, in het holst van de nacht, begint er ‘iemand’ met hem te vechten. Het blijft aanvankelijk onduidelijk wie ‘die ander’ is. Later lijkt het een engel. Weer later noemt Jakob hem God. Volgens mij laat het verhaal dit bewust zo vaag. Want met wie vecht iemand als hij vecht met zichzelf? En met wie vecht je eigenlijk, als je strijd levert met God?

Na een leven lang liegen en bedriegen is Jakob eindelijk het gevecht met zichzelf aangegaan. En God vecht met hem mee. En onverwacht stapt Jakob als winnaar uit de strijd. Gehavend, dat wel.

Angst en woede zouden wel eens betere ingangen tot God kunnen zijn dan velen vermoeden. Die dwaze God, die het altijd anders wil dan ik bedacht had, vraagt niet allereerst om gelovige aanvaarding. Hij vraagt om woedend en angstig verzet. En langs die weg zal ik het van hem winnen, en mezelf vinden.

Posted in Algemeen.

Tagged with , .


Ons verlangen

De mens is niet zozeer een denkend individu, de mens is allereerst een verlangend dier.

Aldus James K. A. Smith in zijn boek Desiring the Kingdom. We zijn wie we liefhebben, zegt hij Augustinus na. En als dat waar is, dan is het de moeite waard om af en toe eens kritisch naar het voorwerp van onze verlangens te kijken. Maar naar de aard van het verlangen, zijn er weinig dingen moeilijker dan dat.

Jakob, de stamvader van Israël in de Bijbelse verhalen, was een man van intense verlangens: naar zegen, naar een thuis, naar rijkdom en naar een vrouw. Als Jakob Rachel ziet dan weet hij het. Rachel is niet als Lea, haar oudere zus met de laffe blik en het saaie lichaam. Rachel heeft de prachtige ogen, het aantrekkelijke figuur en de sensuele uitstraling. En dus rust hij niet, voordat hij haar heeft. Al moet hij er zeven jaar voor werken, dat maakt Jakob niet uit. Jakob was sowieso bereid altijd alles te doen voor wat hij verlangde.

En als, na zeven lange jaren, eindelijk zijn bruid, gesluierd, naar hem toe wordt geleid, dan is Jakob dronken van drank en vreugde. Eindelijk vindt hij zijn bestemming in de armen van de vrouw naar zijn hart. Voldaan en bevestigd valt hij in slaap. En de volgende ochtend, zo vertelt het verhaal, draait Jakob zich om naar zijn geliefde en schrikt zich lam….

‘Zie, het was Lea’.

Jakob ging naar bed met de vrouw van zijn dromen, maar werd wakker naast een onaantrekkelijk ding. Dit is een universele ervaring. Niet alleen van hen die zich op een wilde avond gewaagd hebben aan een onenightstand. In het donker van de nacht is ieder lichaam even warm en even zacht, zong Boudewijn de Groot al. En menig man of vrouw is met een schok wakker geworden naast iemand die in het duister van de kroeg toch een stuk appetijtelijker leek. En in de morgen, zie, het was Lea.

Maar zelfs wie de vrouw van zijn dromen vindt, kan na een relatie van jaren op een ochtend wakker worden en denken: het is Lea. En breder: velen ervaren teleurstelling bij datgene waar ze altijd intens naar verlangd hebben. Een reden is, denk ik, dat we geneigd zijn te denken dat al onze diepe verlangens ook in de ander of het ander bevredigd kunnen worden.

Het verhaal van Jakob suggereert dat dit niet gaat werken.

De liefde van een ander stilt veel van onze verlangens. Maar voor sommige dingen, is de suggestie van het verhaal, moet je toch echt niet bij je medemens zijn, maar bij God. En pas als Jakob, jaren later, het gevecht met zichzelf en God is aangegaan, vindt hij rust.

Posted in Algemeen.

Tagged with , .


Onze oplossingen

Hoe kom je vooruit in het leven?

Want vooruit moet het, daar twijfelt haast niemand aan. Je moet wel wat van je leven maken, je leeft maar één keer, zorg dat je later geen spijt hebt van iets dat je niet gedaan hebt. Het zijn uistpraken die als religieuze mantra’s worden herhaald, als moderne confessies worden beleden.

En we kunnen het ook, toch? Want jij bent uniek, jij barst van het onontdekte talent, jij hebt zoveel potentieel… Zonder dit geloof vaart niemand wel, en dus prenten we het de kinderen in. En wie er even doorheen zit, heeft (hopelijk) vrienden die bevestigende taal tegen je spreken. En anders is er wel de therapeut: die helpt je ontdekken dat je nog echt veel unieker en waardevoller en potentiëler bent dan je ooit zelf gezien hebt. En dus zijn we allemaal geroepen tot iets groots, en we hebben het allemaal in ons om het waar te maken…

En dan te falen. Wie faalt verloochent zijn roeping. Wie faalt staat schuldig tegenover zijn eigen potentieel.

Jakob, één van de ‘aarstvaders’ uit de bijbelse verhalen, staat symbool voor deze angst. Hij heeft een zegen meegekregen en moet die waarmaken. En waar de omstandigheden hem niet helpen, daar helpt Jakob de omstandigheden een beetje. Hij manipuleert wat met een kudde schapen en geiten (de oud-oosterse vorm van grootkapitaal), zodat het sterke vee hem ten deel valt en niet zijn werkgever.

Is dat verkeerd? Dat is een begrijpelijke, maar oppervlakkige vraag. Typerend, menselijk, zelfbehoudend gedrag laat zich niet door de moraal beknotten. Zwak durven zijn en vertrouwen op wat je gegeven wordt, zijn geen dingen die je ethisch voor kunt schrijven.

Wellicht is dit een overweging, voor de bezetters van de beurspleinen in de westerse wereld: dat de stockbrokers en bankdirecteuren precies doen wat onze cultuur ze heeft geleerd.

Posted in Algemeen.

Tagged with .


Onze eenzaamheid

God is niet erfelijk.

‘Geloof’ lijkt soms te horen bij bepaalde bevolkingsgroepen, in bepaalde streken. Van vader op zoon, van moeder op dochter wordt het overgedragen. Alsof sommigen mensen ermee ‘behept’ zijn en anderen niet: God als familiekwaal of als familiebezit.

De verhalen over God in de bijbel stellen deze benadering onder kritiek. Deze God weigert zich in het stamverband te laten opsluiten. Alleen wie zijn stam durft te verlaten, zal God ontmoeten.

Jakob, de kleinzoon van Abraham lijkt daar het beste voorbeeld van. Zijn manipulatieve en opportunistische gedrag vervreemdt hem van zijn familie, zodat hij moet vluchten. En pas op de vlucht ver weg van de veiligheid en de god van het stamverband, komt hij God tegen, die in een droom langs een trap naar hem afdaalt.

Misschien moet, wie God wil ontmoeten, zijn thuis wel achter zich laten. En misschien is God wel de God van de zwervers en thuislozen en eenzamen. Pas als je het lef hebt om je geestelijke thuis achter je te laten, kun je de God van de spirituele zwervers ontmoeten.

Daarin is er geen verschil tussen religieuzen, agnosten en atheïsten. We zijn geen van allen erfelijk belast. En lopen allemaal hetzelfde risico op een dag ‘God’ op te lopen.

Posted in Algemeen.

Tagged with , .


Judas (3)

Wanneer was het voor Judas te laat?

Volgens de regels van het spel natuurlijk al heel vroeg. Toen hij zag hoe Jezus verspilling gedoogde, nee stimuleerde, brak het in hem. En de literaire noodzaak zegt ons: vanaf toen was er geen weg meer terug.
Maar het is niet het drama, dat ons leven beheerst. Er is geen noodlot dat Judas dwong. Ook in zijn verbittering was Judas nog lang niet verloren.

Wanneer was het voor Judas te laat?

Volgens de regels van de groep toen hij overliep naar Joodse leiders. Voor een verrader kennen mensen geen genade. Geen leerling van Jezus die zo’n man nog ooit zou willen zien.
Maar het is niet de groep, waar Jezus zich door liet beheersten. Het waren niet de leerlingen die hierover konden beslissen. Zelfs in zijn verraad was Judas nog lang niet verloren.

Wanneer was het voor Judas te laat?

Volgens de regels van de psyche op het moment van de kus. Niemand kijkt zijn vriend recht in de ogen, om hem intiem te verraden. Natuurlijk kon Judas vanaf toen nog onmogelijk terug.
Maar het is niet de psychologie waaraan Jezus schatplichtig was. Voor de andere verrader Petrus, bleek nog ruimte. Zelfs in zijn kus was Judas nog lang niet verloren.

Wanneer was het voor Judas te laat?

Volgens de regel van het geloof was het te laat toen hij sorry zei. Omdat hij zichzelf berouwvol verhing.

Zijn daad van verraad beging hij omdat hij Jezus beter leek te begrijpen dan wie dan ook. Maar toen hij sorry zei en zich het leven benam, pas toen was duidelijk dat hij het punt van Jezus definitief had gemist. Pas toen hij meende dat niet alleen Jezus, maar ook nog hijzelf, moest sterven vanwege zijn daad…,

toen pas.

 

Dit is het laatste deel in een serie van drie columns, voorgedragen bij STRMWST_Kerklab, tijdens drie afleveringen over Judas.

Posted in Algemeen.

Tagged with .


Judas (2)

Ik was 10 jaar oud en zag de wereld
door de ogen van een kind
het was weer eens honger
in die hoorn van Afrika
ik was er nog niet aan gewend
het zinloos ongezien sterven
te jong voor filters
werd ik vermorzeld

Ik werd 20 jaar oud
en zag de wereld
door de ogen van Jezus
Ik geloofde in verlossing
geen vraag bleef onbeantwoord
geen leven zonder hoop
en mijn hart vond troost
in Gods koninkrijk dat komt
en zijn wil die geschiedt

Ik werd 30 en zag de wereld
door de ogen van Judas
en had eindelijk ware wijsheid gevonden
heel klein en heel praktisch
lachte ik om de woorden
van mij en van Jezus
of nee beter ik zoende
hem hard en vol op de mond

Straks ben ik 80 en zie ik de wereld
door de ogen van een kind
het is weer eens honger
en weer is het daar
het zinloos ongezien sterven
En juist hij
die stierf met mijn kus
komt in mijn onmacht
dan toch weer tot leven

 

Dit is het tweede deel in een serie van drie columns, voorgedragen bij STRMWST_Kerklab, tijdens drie afleveringen over Judas.

Posted in Algemeen.

Tagged with .


Verlegen met mijn God

Ook ik kan wel als Strauss en als Renan
en zoveel andere verlichte heren
het vreemde fenomeen analyseren,
de fabels en parabels van de man
die door het koren liep in Kanaän.

Historisch is het ook wel te verstaan,
de oude mythe kan men er in horen:
een god wordt gaarne uit een maagd geboren,
doet wonderen en sterft zoals het graan
om als het graan weer op te staan.

Maar als ik door het pad naar voren schrijd
en om mij heen de arme stervelingen, mensen zo dwaas als ik,
de lofzang zingen: “O Heer, uw bloed roept voor altijd barmhartigheid, barmhartigheid”

dan ben ik niet verlegen met mijn god, dan is hij vlak bij mij,
dan weet ik zeker dat hij mij aankijkt uit de donkre beker,
dan eet ik zijn genadebrood, dan leef ik van zijn dwaze dood.

Jan Willem Schulte Nordholt
uit: God in gedichten

Posted in Algemeen.

Tagged with , , , , .


Ons tekort

 

Sommige mensen noemen de bijbel een morele gids. Dat is dom en gevaarlijk.

Neem nou het verhaal van Jakob. Een onbetrouwbare, manipulatieve, leugenachtige charmeur. Iemand die er niet voor terugdeinst zijn broer te beroven, zijn vader te bedriegen en zijn famiie op te offeren, als hij er zelf maar beter van wordt. Iemand die er goed in is de zwaktes van anderen te misbruiken voor zijn eigen gewin.

En moet het verhaal van deze Jakob ons moreel de weg wijzen?

Een spiegel, dat is Jakob wel. En een heel interessante. Iemand die leefde uit een diep innerlijk tekort. Iemand die zijn hele leven op zoek was naar iets dat nergens bleek te vinden. Iemand als wij, denk ik.

De komende weken wil ik op deze blog en ook bij Stroom Amsterdam aandacht besteden aan de verhalen rondom misschien wel het meest postmoderne karakter van de (Hebreeuwse) bijbel: Jakob, de hielelichter, het moederskindje met de gladde huid.

De geestelijke vader van iedereen die in God gelooft…

Posted in Algemeen.

Tagged with , .


Beeldenstorm

Het eerste waar het monotheïsme zich zorgen over maakt, is niet het ongeloof van mensen, maar juist hun geloof.

Marc de Kesel

Het christelijk geloof is een religie van beeldenstormers.

De grote profeten liepen er allemaal tegen te hoop.Voor Mozes, Elia en Jesaja waren afbeelding van God uitermate groot probleem. Met het archetypische voorbeeld van Mozes die het gouden kalf, door het volk opgericht, omver gooit en verpulvert.

Vandaag de dag worden geen beelden meer omver gehaald. Zelfs als we in God geloven, denken we er niet aan op hem in goud of brons te gieten. Een beeldenstorm is dus niet meer nodig.

Tenzij het de oude profeten al nooit om het fysieke beeld ging. Tenzij de kerk om een heel andere reden beelden heeft neergehaald dan oppervlakkige ergernis over idolatrie (afgoderij). Tenzij de menselijke geest een fabriek is van destructieve afgodsbeelden en… ideologieën.

De beeldenstorm richt zich in wezen helemaal niet op de symbolen van ‘heidens bijgeloof’ of concurrerende religies. Nee, het is een diegaande kritiek op onszelf en “de typische menselijk neiging de eigen wensen voor werkelijkheid te nemen, en zich in comfortabel godsgeloof te nestelen”  (Marc de Kesel).

Over het ‘comfortabel godsgeloof’ maakt de christelijke kerk zich ernstig zorgen. Dat mensen in iets gaan geloven wat werkelijk niets anders is dan de projectie van hun eigen verlangens. Hoe zou zo’n God ooit moeten bevrijden? En ook de god van veel gelovigen is weinig anders dan dat, hoe christelijk hij ook mag heten.

En alleen door het beeld, de ideologie of de projectie neer te halen, komt er weer ruimte voor de ongrijpbare God.

Posted in Algemeen.

Tagged with , .


Bidden in de bios (Parool – PSvdweek)

Parool / PS van de Week

Tekst: Bregje Lampe

Zie het als een moderne variant op de christelijke kerk.

Iedere zondagochtend komt een groep jongeren – de gemiddelde leeftijd is 27 jaar – in de grote zaal van Kriterion bijeen voor de dienst van Stroom, een gemeenschap die ‘nieuwe manieren zoekt om de vrijheid van Jezus in praktijk te brengen’. Wie niet beter weet, heeft waarschijnlijk niet meteen door dat het hier om een bijeenkomst van een religieuze gemeenschap gaat. Fris geklede jongens en meisjes hangen achterover in luie bioscoopstoelen.

Soms staan ze op om gezamenlijk een lied te zingen of te bidden. Maar niet iedereen zingt en bidt mee, want niet alle bezoekers zijn even gelovig. De aanhangers van Stroom zijn kritisch over de christelijke kerk, die leegloopt en met een slecht imago kampt. Als voorganger Martijn Horsman (34) – die uiterlijk in niets aan een traditionele priester doet denken – tijdens een dienst vraagt wat jonge Amsterdammers zoeken in religie levert dat heel verschillende antwoorden op. Rust. Uitdaging. Inspiratie. Vragen. Antwoorden op vragen. Samenzijn. Als iemand ‘God’ zegt, beginnen veel aanwezigen te lachen.

“We willen ons verbonden voelen, maar we weten niet hoe. We verlangen naar vrijheid, maar we weten soms niet wat dat betekent,” preekt Horsman. “God is lang als gatenvuller van onze kennis gebruikt. Ik kan me voorstellen dat veel mensen het geloof op die manier een bedrieglijk concept vinden. Het wordt tijd om te spreken over christen zijn op een manier die het modernisme voorbij is. Een manier die recht doet aan weldenkende mensen van nu, aan diep seculiere stedelingen, aan mensen die sceptisch zijn over elk project van geloven.” Iedereen in de zaal luistert aandachtig naar Horsman. Telefoons staan uit.

Continued…

Posted in Algemeen.

Tagged with , , , .