Erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld. Slaven, erken het gezag van jullie meesters en heb ontzag voor hen. Voor jullie, vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van jullie man.
Petrus
Presenteer bovenstaande tekst maar eens aan een groep geëmancipeerde Amsterdammers van 20, 30 jaar oud. Ik heb het afgelopen week gedaan.
Natuurlijk, wie deze tekst leest buiten zijn context, kan bijna niet anders dan concluderen dat hier een slavenmoraal gepredikt wordt: onderwerp je aan de structuren van de macht. In godsnaam: wordt klein en onderwerp je. En niet zelden is de tekst op die manier gebruikt: een religieuze stok in de hand van de machthebber, een rechtvaardiging voor maatschappelijk conservatisme.
Maar toen las ik Plutarchus, een tijdgenoot van Petrus en een ‘heidense’ Griek:
Zo is het ook met vrouwen. Als zij zich onderwerpen aan hun man, zijn zij te prijzen, maar als ze willen heersen, slaan ze nog een droeviger figuur dan het lijdend voorwerp van hun overheersing. Een man dient over een vrouw te heersen, niet zoals een eigenaar heerst over zijn bezit, maar zoals de ziel heerst over het lichaam, door haar gevoelens binnen te dringen en zich aan haar te verbinden in vriendelijkheid
Blijkbaar was het in die tijd gebruikelijk om op deze manier naar te kijken naar relaties, in ieder geval die tussen man en en vrouw. Misschien is een dergelijk perspectief wel gebruikelijk in alle culturen… behalve in de onze van de afgelopen veertig jaar. Dat geeft op zijn minst te denken…
Belangrijker is dat Petrus geen nieuwe opvatting over maatschappelijke verhoudingen heeft. Hij doet een oproep zich te voegen naar de heersende moraal… omwille van de Heer. En daar zit de angel van zijn ethiek. Er is niet zoiets als een zelfstandige christelijke moraal. Er is wel een levensstijl van navolging van Jezus in elke cultuur. Een levensstijl waarbij een mens onrecht durft te verdragen. Omdat dat de weg is van God in deze wereld: in onderwerping aan anderen toont zich werkelijke innerlijke vrijheid. Het doel is niet om de heerser te bevestigen in zijn rol, maar om hem het schaamrood op de kaken te jagen…
En dat is geen brave burgermanstethiek. Het is al helemaal geen slavenmoraal. Het is een bijna onmogelijke opdracht, die zonder diepe innerlijke overtuiging zelfs een gevaarlijke onderneming is.
Mooi de zin: ‘Een levensstijl waarbij een mens onrecht durft te verdragen.’ Daar ga ik eens verder over nadenken.
Martijn, mooie link, maar wel erg snel. Want de grote Plutarchus mag dan eer en aanzien genieten, er waren wel meer opvattingen op ethisch en filosofisch vlak dan van dit eclectische mannetje. Denk aan wat gangbaar was in Efeze onder Artemis-vereerders. Verder sluiten Petrus en Paulus nadrukkelijk niet aan bij de gangbare opvatting (ook bij Plutarchus) dat een man best wat slippertjes mocht begaan in zijn huwelijkse bestaan. En het lijkt me dat (m.n. in Ef. 5) de plaats van de vrouw en ook die van de man bij hen een wel heel andere motivering krijgt. Zou dat de reden zijn dat Paulus kort voor zijn overwegingen over het huwelijk schrijft: ‘Gij geheel anders’ (Ef. 4,20)?
@Barkema: Ongetwijfeld valt er meer te zeggen over man-vrouw relaties dan dit. Maar om nu onmiddellijk aan te komen zetten met de ‘Gij geheel anders’ passage… In ieder geval is de overeenkomst tussen Petrus en Plutarchus frapant. En de commentaren stellen dat die niet toevallig is, maar op een maatschappelijke conventie rust.
Als je kijkt naar de Paulinische parallel (Ef. 5, Kol. 3) dan zie je dat Paulus de huwelijks-relatie (met ongelijke rollen) op een lijn zet met ouder/kind en werkgever/werknemer. In de kern zijn deze relaties algemeen-menselijk en niet afhankelijk van deze of gene cultuur. Als je gelooft dat de Bijbel zeggingskracht heeft voor alle tijden en plaatsen, moet je ook vandaag wat doen met de beschrijving van man en vrouw in ongelijke posities.
Paulus leidt zijn praktische conclusies in met: “Wees aan elkaar onderworpen: …”, en dat gaat beide kanten op. De vrouw volgt de leiding van de man, de man offert zichzelf op in liefde. Beide partijen hebben een moeilijke opdracht, maar niet dezelfde. Het “diepe mysterie” aan het eind van Ef. 5 is dat deze relatie verband houdt met (hoe?) Christus en zijn gemeente–eveneens ongelijke rollen, waarin de een zichzelf opoffert en de ander zichzelf wegrekent.
(Het spreken over “maatschappelijke conventies” lijkt mij ingegeven door een drang tot relativeren. De houding van de commentaren is veel meer gekleurd door de huidige cultuur dan de tekst van de Schrift door de toenmalige.)
@Arjen: algemeen-menselijk versus cultureel bepaald? Ik vind het het een moeizaam ondescheid, omdat er nou eenmaal niet een cultureel waardevrije manier is om algemeen-menselijke principes te beschrijven. We kunnen de dingen enkel duiden vanuit ons eigen perspectief. Dit neemt niet weg dat er inderdaad wel meer te zeggen de rolllen van man en vrouw in het huwelijk. Vandaar dat jij en Barkema onmiddellijk aan komen zetten met Paulus.
Maar mijn blog gaat over Petrus. En mijn stelling is dat juist een focus op het ‘accepteer het gezag’ de werkelijke angel van zijn boodschap wegneemt, namelijk het ‘omwille van de Heer’. Ik geloof niet zo erg meer in een zelfstandige christelijke ethiek. Wel in een voortdurend reageren op culturele patronen vanuit de navolging van Christus.
Over dat cultureel bepaald zegt Holmes ook leuke dingen. Ik ben oprecht benieuwd hoe Arjen die invulling vandaag ziet van die ongelijkheid. Ik ben op dit moment nl. een boek van John Piper aan het vertalen onder de titel This Momentary Marriage. Daarin stelt hij dat een man leader is op het gebied van geestelijke en lichamelijke bescherming en geestelijke en lichamelijke verzorging van zijn vrouw en kinderen. Alleen de uitwerking die hij daarvan geeft, bezorgt mij jeuk, vlekken en meer van dergelijke ongemakken. Past zulke ongelijkheid in onze cultuur en is dat de opdracht van Petrus en Paulus?
@Arjen: op het gevaar af je opmerking te relativeren – is dat erg, en zo ja waarom? – maar ik vraag het toch maar: hoe stel je vast in welke mate een tekst cultuurbepaald is?
Mij lijkt de Petrustekst, als we even uit gaan van historiciteit (dus geschreven door Simon Petrus rond 63) minimaal beïnvloed door het Hellenisme (sterk negatief vrouwbeeld, maar door Egyptische invloeden ietsje verbeterd na Alexander de Grote), de Romeinse cultuur (vrijheid en burgerrechten voor welgestelde vrouwen, ook daar onder Egyptische invloed) en de Joodse wet en religie (relatief veel rechten voor de vrouw en de ongeslachtelijkheid van de eeuwige). Maar hoe het nu precies zat met Petrus en de vrouwen is voor mij wat lastig in te schatten, in 2010.
@Martijn: Dat laat onverlet dat ik het hier en nu goed acht sociaal onrecht aan de kaak te stellen en uit te bannen – ook ongelijke rechten voor vrouwen. Want onrechtvaardigheid is onverdraaglijk. Dat kun je dan ook niet tolereren, welke culturele patronen je ook denkt te zien, en zeker niet binnen het Koninkrijk.
Petrus beveelt zijn lezers aan om temidden van de ongelovigen een goed leven te leiden, lees ik, om te zorgen dat hun vervolgers tot een beter inzicht komen. In dat verband roept hij christelijke vrouwen op hun ongelovige (heidense) mannen te respecteren, ook al omdat die mannen zich dan eerder tot Christus bekennen dan als ze die mannen met schone schijn proberen te verleiden.
Dat lijkt me inderdaad geen voorschrift of regel voor een verhouding tussen mannen en vrouwen. Het klinkt vooral als een pragmatische kijk op de positie van een religieuze minderheid in een cultuur waarin schoonheid het enige is waar een vrouw rechten kan ontlenen. Ik haal er in elk geval geen pleidooi voor verdraagzaamheid jegens een heersende moraal uit.
Naar ampele overwegingen had ik een prachtige reactie op je blog over Petrus geschreven, maar deze is helaas verloren gegaan. Daarom bij dezen een kortere poging twee.
Mooie uitdaging om Petrus te bespreken voor hedendaagse geëmancipeerde luisteraars. Je geeft direct aan het begin mooi de spanning aan (slavenmoraal, religieuze stok in de handen van de machthebber). Je beschrijft een spirituele weg die duidelijke bijbelse en christelijke wortels heeft, de weg van de onderwerping, van het verdragen van onrecht, met als resultaat innerlijke vrijheid.
En toch… Naar mijn smaak kom je te veel uit bij onderwerping en bij het verdragen van onrecht. Die innerlijke vrijheid is heel mooi, maar what about de uiterlijke vrijheid? Behalve de onderwerping zijn in de bijbel opstand en bevrijding minstens zo belangrijk. Om te voorkomen dat het christendom de status quo van machtsmisbruik en onrecht bevestigd, is volgens mij altijd ook opstand, protest nodig.
Ik denk ook aan allerlei enge uitwassen uit de christelijke traditie, van zelf marteling, passiviteit, zich wegcijferen, onderwaardering van het lichamelijke en het aardse en het legitimeren van onrecht. Onrecht moet benoemd blijven worden!
Ik lees Petrus vooral als een opsteker voor mensen die onderdrukt worden. Hij geeft verschillende wegen om het uit te houden. Hij geeft aandacht aan het belang van de gemeenschap, van het samen lijden. Hij verbindt het lijden met Christus lijden, zodat in de diepe verlorenheid van het lijden toch de verbondenheid met God gevonden kan worden. De oproep tot gehoorzaamheid beschouw ik als een pragmatische raad, geef ze geen extra stok om te slaan, spaar je energie voor wat echt belangrijk is. Zoiets
Ik ben ooit een preek over Petrus begonnen met een zinnetje uit een feministisch commentaar: “The basic message of 1Peter does not reflect the liberating Word of God”. Een stevige uitspraak, waarmee ik niet volledig instem, maar die ik wel mee wil laten wegen.
@Alle: interessante gedachten. Ik denk niet of ik nou bedoelde dat innerlijke vrijheid het resultaat is van onderwerping (zoals jij in alinea twee schrijft). Wel is volgens Petrus mijn vrijheid het resultaat van de onderwerping van de ander en lijdt de zo verworven vrijheid ertoe dat ik me ook zelf aan een ander kan onderwerpen.
Inderdaad is de raad van Petrus ook bedoeld als een opsteker voor mensen die het voor de kiezen krijgen. Dat is de context van de brief. En Petrus zoekt naar en antwoord op de vraag hoe werkelijke vrijheid te beleven is in een onderdrukkende cultuur. En ik vind zijn insteek zeer inspirerend. Al ben ik daarmee wellicht mijlenver verwijderd van feministische theologie.