Highlights 3: Voetbal en traditie

[De komende weken publiceer ik een aantal blogs uit mijn archief, die ik de moeite waard vind om opnieuw te publiceren. Vandaag de tweede. De blog uit 2012 leek mij gezien de huidige discussie over (1)-5-3-2 of (1)-3-5-2 of (1)-4-3-3 toch wel interessant.]

Traditie is niet enkel een religieuze zaak. En een discussie in het voetbal kan christenen veel leren over hun omgang met de traditie.

Het onvolprezen weekblad Voetbal International kwam afgelopen week met een beschouwend artikel over  de ‘Hollandse School‘. Voor wie weinig van voetbal weet: De ‘Hollandse School’ is een aanduiding voor de manier waarop er traditioneel (!) in Nederland gevoetbald wordt (of zou moeten worden). Rinus Michels en Johan Cruijff worden over het algemeen beschouwd als de grondleggers van deze traditie, waarmee ze in de jaren zeventig een revolutie ontketenden in het internationale voetbal, met ploegen als Ajax, Oranje en (later) FC Barcelona.

Het begon allemaal met het zogenaamde ‘totaalvoetbal’, een speelstijl die gericht is op voetbal vanuit balbezit. Hierbij wisselen de spelers voortdurend van positie: verdedigers vallen aan, aanvallers verdedigen, de keeper voetbalt mee. Onderdeel van de speelstijl is dat spelers op alle delen van het veld proberen de bal te veroveren. Deze vernieuwing veroorzaakte grote verwarring bij de tegenstanders. Die waren gewend om vaste mandekking toe te passen, maar raakten door al dat geloop van tegenstander totaal de draad kwijt. Wie een mooi (bijna bizar) voorbeeld wil zien van wat er dan kan gebeuren, moet even hier kijken (Nederland – Uruguay tijdens het WK van 1974).

Maar nu in 2012, veertig jaar na de revolutie, wat is die Hollandse School nu eigenlijk? De discussie in de VI is een spiegel is van de discussie die in kerken wordt gevoerd over de traditie. De gelijkenissen zijn verbluffend.

Sommigen zien de Hollandse School vooral als het voetballen binnen en bepaald systeem: 4-3-3 (vier verdedigers, drie middenvelders, drie aanvallers) met de punt naar achteren op het middenveld (één controleur), en typische vleugelspelers voorin. Op die manier ben je trouw aan de Hollandse School. Andere systemen moeten worden afgewezen: geen 4-4-2, geen gedoe met linksbenige spelers op rechts, niet twee controleurs.

Gertjan Verbeek (trainer van AZ) is kritisch op deze opvatting:

ik denk het juist gaat om onze flexibiliteit om 4-3-3 op allerlei manieren te spelen. Dat is de Hollandse School. Kijk naar 1974, waar Rinus Michels ineens komt met de uitvinding om middenvelder Arie Haan als een inschuivende libero te gebruiken. Dit soort tactische vondsten staan wat mij betreft juist voor de Hollandse School en niet het krampachtig vasthouden aan een systeem.

Classic, dit. Wie is er werkelijk trouw aan de traditie? Degene die het ontstane systeem verdedigd of degene die de uitgangspunten en processen hanteert die geleid hebben tot het systeem? Om het maar meteen op mijn eigen zoektocht te betrekken: wat maakt mij tot een ‘gereformeerde’, iemand die trouw is aan de traditie van de reformatie? Je zou kunnen zeggen dat ik van de Verbeek-school ben in dezen. Het systeem vind ik op zich niet zo interessant. Dat is de loop van de tijd gevormd door de uitdagingen die mensen tegenkwamen. Wij hebben nieuwe uitdagingen. Dus moeten we anders voetballen.

Dat maakt mij zeer traditioneel.

Comments are closed.

%d bloggers op de volgende wijze: